Trage VDI? Uw werkplek groeide over zijn plafond

Vrouw achter een laptop die vermoeid haar ogen wrijft, naast een blauw vlak met de titel Het Peter Principe voor werkplekken en het New Yard logo.

9 minuten

De helpdesk krijgt op maandagochtend vijf meldingen binnen. Inloggen duurt lang. Een sessie hapert midden in een Teams-call. Een applicatie reageert traag. Een gebruiker start twee keer opnieuw op omdat het dan meestal wel goed gaat. Alle vijf de meldingen worden afgehandeld, want alle vijf zijn ze klein. De week erna komen ze terug.

In de omgeving zelf is niets kapot. De servers draaien, de monitoring staat op groen, er is geen storing die je met een dashboard kunt aanwijzen. Toch weet iedereen op de werkvloer dat het langzamer gaat dan een jaar geleden.

Wat er in die situaties meestal aan de hand is: de omgeving is doorgegroeid tot voorbij het punt waarop het oorspronkelijke ontwerp nog klopte. Er kwamen gebruikers bij, dus kwamen er virtuele desktops bij. Er kwamen applicaties bij, dus kwam er werk bij. Alleen groeide de onderliggende capaciteit niet mee.

Ik heb dat van dichtbij meegemaakt bij een grote organisatie waar het aantal VDI’s kwartaal na kwartaal toenam. Er werd netjes uitgebreid, netjes uitgerold en netjes opgeleverd. Alleen keek niemand naar wat er fysiek aan CPU beschikbaar was. Niet uit onwil, en niet uit onkunde. Er was simpelweg niemand wiens taak het was om die vraag te stellen.

Wat is het Peter Principe en wat heeft dat met je digitale werkplek te maken?

Het Peter Principe komt uit 1969 en gaat over mensen. De kern: iemand die goed presteert krijgt een stap erbij, en nog een, net zolang totdat hij op een plek terechtkomt waar het niet meer goed gaat. Daar blijft hij vervolgens hangen. Het succes van gisteren is precies de reden voor de stap die te ver gaat.

Bij een digitale werkplek werkt het mechanisme identiek, alleen zit de stap niet in een functie maar in belasting.

  • Bij mensen: goed presteren leidt tot een zwaardere functie, tot die functie te zwaar wordt.
  • Bij techniek: goed draaien leidt tot meer gebruikers, meer desktops en meer applicaties, tot de onderliggende hardware het niet meer bijhoudt.
  • Bij mensen valt het op in beoordelingsgesprekken en verloop.
  • Bij techniek valt het niet op, omdat er geen enkel moment is waarop iemand formeel beoordeelt of het ontwerp nog past.

Dat laatste verschil is het belangrijkste. Een medewerker die vastloopt zegt dat op enig moment. Een omgeving die vastloopt zegt niets. Die wordt alleen langzamer, en het tempo waarin dat gebeurt is zo laag dat gebruikers hun eigen werkritme aanpassen voordat iemand het meet.

Wat gaat er mis als niemand naar de beschikbare capaciteit kijkt?

Overcommitten op CPU is op zichzelf geen fout. Het is juist de reden dat virtualisatie zo aantrekkelijk is: een kantoormedewerker gebruikt zijn processor het overgrote deel van de dag niet. Het probleem ontstaat wanneer de verhouding tussen wat je uitdeelt en wat er fysiek beschikbaar is bij elke uitbreiding stilletjes oploopt zonder dat iemand die verhouding bewaakt.

De gevolgen zien er in de praktijk zo uit:

  • Traagheid wordt normaal gevonden. Gebruikers gaan eerder inloggen, plannen hun koffie rond het opstarten en klagen op een gegeven moment niet meer.
  • De diagnose gaat de verkeerde kant op. De laptop, het netwerk of de leverancier van een applicatie krijgt de schuld, terwijl het knelpunt in de hostlaag zit.
  • Kleine incidenten stapelen. Elk ticket is te klein voor een project, maar bij elkaar kosten ze serieuze uren.
  • Investeringen komen op het verkeerde moment. Uitbreiden onder druk is duurder dan uitbreiden op basis van een prognose.
  • Onderhoud schuift op. Als de omgeving al krap zit, wordt een host uit productie halen voor patching een risico in plaats van routine.
  • Het vertrouwen in IT daalt. Dat is de schade die het langst blijft hangen.

Dat productiviteitsverlies is groter dan de meeste organisaties denken. Uit onderzoek van Markteffect in opdracht van Sharp, uitgevoerd in april 2026 onder 509 Nederlandse respondenten, blijkt dat bijna een kwart van de werkenden dagelijks minstens vijftien minuten verliest aan IT-gerelateerde frustraties zoals trage systemen, storingen en inlogproblemen. Omgerekend gaat het om een bedrag van meer dan 3,4 miljard euro per jaar voor de Nederlandse economie.

Bron: allesoverhr.nl, op basis van onderzoek Sharp/Markteffect. https://www.allesoverhr.nl/nieuws/productiviteitsverlies-door-storingen-en-trage-systemen-onderschat-probleem-op-de-werkvloer/

Reken het eens door voor uw eigen organisatie. Vijftien minuten per dag, bij honderd medewerkers, is ruim vijfduizend uur per jaar. Dat is meer dan drie fte die nergens in een dashboard terugkomen.

Wat werkt wel om dit te voorkomen?

De oplossing is zelden een groot project. Het gaat vooral om het inbouwen van een moment waarop iemand de vraag stelt die nu niemand stelt.

Meet wachttijd, niet alleen verbruik

Een CPU die voor 60 procent belast is, zegt weinig. Wat u wilt weten is hoe lang een virtuele machine moet wachten voordat hij aan de beurt is. In VMware-omgevingen heet die meetwaarde CPU Ready, en de vuistregel uit de architectuurdocumentatie van VMware is om die op vijf procent of lager te houden. In Hyper-V en andere hypervisors bestaan vergelijkbare tellers. Die wachttijd is precies wat een gebruiker als hapering ervaart.

Bron: VMware, Architecting a vSphere Compute Platform. https://download3.vmware.com/vcat/vmw-vcloud-architecture-toolkit-spv1-webworks/Core%20Platform/Architecting%20a%20vSphere%20Compute%20Platform/Architecting%20a%20vSphere%20Compute%20Platform.1.019.html

Leg vast wat een gebruikersprofiel mag kosten

Een callcentermedewerker, een controller met grote werkmappen en een ontwerper met CAD-software zijn drie verschillende werklasten. Zolang die alle drie hetzelfde standaardprofiel krijgen, klopt uw capaciteitsberekening per definitie niet. Twee of drie profielen zijn genoeg, meer maakt het alleen ingewikkeld.

Maak capaciteit onderdeel van elke uitbreiding

Een virtuele desktop bijzetten is een handeling van een paar minuten. Extra hosts aanschaffen is een businesscase, een budgetronde en een gesprek waar niemand op zit te wachten. Die scheve verhouding verklaart bijna alles. Koppel daarom aan elke aanvraag voor extra desktops een korte toets: hoeveel ruimte is er nog, en op welk moment is die op.

Plan een jaarlijkse ontwerpreview

Los van incidenten, los van uw leverancier en los van de vraag welk product er eventueel bij kan. De enige vraag is: past dit ontwerp nog bij wat wij er inmiddels van vragen. Een halve dag is meestal genoeg.

Durf weg te halen

Soms is meer capaciteit het antwoord. Minstens zo vaak is het antwoord iets weghalen. Een beveiligingslaag die dubbelop zit, een profieloplossing die is blijven staan na een migratie, een pakket dat al drie jaar door niemand wordt geopend maar wel op elke desktop wordt geladen. Opruimen levert vaak meer op dan bijkopen, en het is aanzienlijk goedkoper.

Welke bezwaren hoor ik het vaakst?

Onze monitoring staat op groen

Dat klopt waarschijnlijk. Klassieke monitoring bewaakt beschikbaarheid: staat het aan, is er schijfruimte, reageert de service. Gebruikerservaring is iets anders. Een omgeving kan volledig beschikbaar zijn en tegelijk twee minuten kosten bij het inloggen. U meet dus wel, alleen niet wat uw gebruikers voelen.

Overcommit is toch heel normaal?

Zeker, en ik zou het ook nooit afraden. Het punt is niet dat u overcommit, het punt is dat vrijwel niemand kan vertellen wat de huidige verhouding is en wanneer die voor het laatst is gecontroleerd. Een ratio zonder eigenaar loopt altijd op.

Wij gaan toch naar de cloud, dan lost het zich op

Deels waar. In de cloud is uitbreiden een kwestie van instellen in plaats van inkopen. Maar het capaciteitsvraagstuk verdwijnt niet, het verandert van een technisch probleem in een maandelijkse factuur. Wie zonder duidelijke gebruikersprofielen migreert, neemt precies dezelfde scheefgroei mee en betaalt er daarna elke maand voor.

Daar hebben we geen tijd voor

Begrijpelijk, en dat is ook precies waarom het blijft liggen. Toch is het een kwestie van een halve dag cijfers verzamelen tegenover maanden aan kleine incidenten die niemand optelt.

Onze leverancier zou dat toch melden?

Hier hoort een eerlijk antwoord bij, ook over mijn eigen branche. Uitbreiden levert een leverancier omzet op, opruimen niet. Dat betekent niet dat partijen te kwader trouw handelen, maar het verklaart wel waarom de vraag zelden vanzelf op tafel komt. New Yard verkoopt ook licenties en voert ook implementaties uit. Juist daarom vind ik dat u die vraag hardop moet durven stellen, aan ons net zo goed als aan iedere andere partij.

Hoe controleert u of uw werkplek nog binnen zijn grenzen zit?

Loop deze punten langs. Kunt u er drie of meer niet beantwoorden, dan is dat op zichzelf al het antwoord.

  • Weet u hoeveel virtuele desktops er nu draaien, en hoeveel dat er twaalf maanden geleden waren?
  • Weet u hoeveel fysieke cores daar tegenover staan, en of dat aantal in die periode is gewijzigd?
  • Kent u de huidige verhouding tussen uitgedeelde en beschikbare CPU-capaciteit?
  • Meet u wachttijd op CPU en niet alleen CPU-verbruik?
  • Weet u hoe lang inloggen op maandagochtend duurt, gemeten en niet geschat?
  • Zijn er gebruikersprofielen vastgelegd, en kloppen die nog met wat mensen echt doen?
  • Is er een moment in het jaar waarop het ontwerp wordt getoetst, los van incidenten?
  • Weet u wanneer uw capaciteit naar verwachting vol zit, uitgedrukt in maanden?
  • Kunt u een host uit productie halen voor onderhoud zonder dat gebruikers dat merken?
  • Staat er software op de werkplek die u zonder gevolgen zou kunnen verwijderen?

Hoe kijkt New Yard naar de digitale werkplek?

New Yard is gespecialiseerd in de digitale werkplek voor het MKB en werkt leveranciersonafhankelijk. Dat betekent in de praktijk dat ik eerst kijk wat er staat en waarom, voordat er een product bij komt. Naast advies verzorgen wij ook licenties en implementaties, dus ik zeg er altijd bij welke pet ik op heb.

Bij een werkplek health check kijk ik naar capaciteit, ontwerp, beheerlast en gebruikerservaring, en lever ik een overzicht op waarin staat wat er goed gaat, wat er knelt en wat er wat mij betreft weg kan. Dat laatste onderdeel wordt het vaakst overgeslagen en levert meestal het meeste op.

Benieuwd waar uw werkplek staat?

Er is een praktische reden om dit niet uit te stellen. Capaciteitsproblemen komen zelden uit op een rustig moment. Ze komen naar buiten bij de start van een nieuw seizoen, bij een migratie, bij de onboarding van een nieuwe afdeling of op het moment dat een host uitvalt en de rest het over moet nemen. Precies dan is er geen tijd om te analyseren en betaalt u de hoofdprijs voor spoed.

Plan daarom een vrijblijvend kennismakingsgesprek. We nemen samen door hoe uw werkplek is opgebouwd, wat u nu meet en welke cijfers ontbreken. Daar zit geen verplichting aan vast en het levert u sowieso een helderder beeld op. Kijk op newyard.nl voor contact en meer informatie.